Kwijt

Kwijt

Een kleine stomp in m’n buik. Een miniem gevoel van verbinding. En toch zo overheersend. Het nam zijn plek in. Vervulde mijn hele lichaam. Overbeschermend legde ik m’n handen over die warme plaats. Een kleine cocon die zich nestelde in m’n lijf.
En toch mocht het niet zo zijn. Het was niet de juiste tijd, we zouden elkaars leven niet vervullen.

Geen plaats voor verdriet, altijd maar doorrennen. Zo ervaarde ik die periode. Mijn hoofd bleef maar schreeuwen ‘niks aan de hand’. Terwijl mijn lijf net even wou stilstaan. Een fractie van een seconde aandacht naar dat kleine wonder wat zich niet verder mocht ontwikkelen.
Geen bewijs, geen ferme bloeding, geen dokter die me letterlijk op de hoogte bracht van een verlies. Geen bewijs, niet gebeurd.
Nu, jaren later, loopt mijn gevoel mijn hoofd voorbij. Het is voorbij. De tijd van negeren, wegstoppen, onderdrukken is over.
Eindelijk tijd om te verwerken, en jou een plaats te geven in mijn leven. Een deeltje uit mijn verleden, dat nu gezien mag worden.

Xxx
Sarah

Schilderij

Schilderij

Ik lag op m’n buik op de bank.  M’n hoofd gedraaid naar de rechterkant.  Blik op de televisie.  Pauze.

Ik rechtte m’n rug op tot ik steunend op mijn onderarmen het hoofd de lucht in sloeg.  Pauze.  Mijn hoofd stabiliseerde zich ergens in het centrum van mijn nekspieren.  Volledig gericht op de buitenwereld.  ‘Wauw’, was het eerste woord wat ik produceerde.
Net een schilderij, mijn brein ging aan het malen.  Zou ik dit kunnen.  Kleuren mengen en in wolkjes samenbrengen met het penseel tot ik een levensecht hemelsschilderij overhield.  Ik kon er mijn ogen niet vanaf houden.  Dit was geen schilderij, dit was echt.

Soms ben ik verbaasd.  Hoe mooi de wereld kan zijn.  Visueel bedoel ik.  Ik richt me nogmaals tot de skyline van Leuven. 
Gebouwen, bomen, wolkenhemel.  In die volgorde zie ik ze iedere dag.  Ik wacht zolang mogelijk om mijn gordijnen te sluiten.  Iedere pauze op tv herinnert me weer aan het prachtige schouwspel dat zich buiten afspeelt.

Misschien draai ik het beter om.  Meer tijd om te staren, te dromen en m’n lichaam tot rust te laten komen.  Met nu en dan eens de zalige verstrooiing van een uitstekende serie als inspiratie.

Ik voel mijn alles in opstand komen bij dit idee.  Zou het kunnen dat mijn lijf verslaafd is aan de vele perfect geanalyseerde prikkels, de ogen opensperrende lichtflitsen en spannende verhaallijnen.
Ik wil back to basic, met alle luxe erbij zodat ik die kan inzetten als ik er zin in heb.  Al voel ik een ganse uitdaging opkomen.

Xxx     Sarah

Kastje

Kastje

Van het kastje naar de muur.  Was het eerste wat in me opkwam, al moest ik nog wel even opzoeken wat het nu ook alweer precies betekende.

Mr. Google: ‘iemand heen en weer sturen, zonder die persoon werkelijk te helpen’.

Hm, kan ik me wel herinneren in de liefde, ergens.  Iemand aan het lijntje houden dan, komt op hetzelfde neer, in mijn hoofd toch.
Laat ons zeggen dat ik soms nogal intimiderend kan overkomen en niet ieder mannelijk wezen dat graag heeft.  Terwijl de ene soort mij maar al te graag bezig houdt en niet werkelijk durft te zeggen waar het op staat, komt de andere soort dan weer wel vlak voor mij neus staan.  In die zin dat ze mij ook niet meer doorlaten en ik dus niet meer kan groeien in mijn persoonlijkheid.  Het liefste loop ik tussen beide groepen door. 
En daar een beetje in de verte, zie ik toch nog een categorie die het goed meent.  Mijn vertrouwen is nog niet helemaal naar de knoppen.

En ondertussen doet mijn kleine witte kastje goed dienst, opgevuld met stofzuigspulletjes.  De muur recht tegenover het kastje dient als steunpilaar voor de buis van mijn elektrisch zuigtoestel. 
Op een normale poetsdag word ik dus maar al te graag ‘van mijn kastje naar mijn muur gestuurd’, in mijn eigen huisje welteverstaan.

Xxx     Sarah

Sadness

Sadness

If sadness is a color, then it’s blue just like your eyes.

Prachtige clip, met de betreurde Luc De Vos en nog zoveel oude bekenden uit de muziekindustrie.  Vlaamse legendes zeg maar.

Dat ene zinnetje bracht me meteen terug naar het verlies van mijn grootmoeder.  Een onderwerp wat ik de laatste maanden misschien een beetje langs de kant duwde. 
Rouwen om iemand waar je in een ideaal scenario afscheid  van nam, lijkt niet rechtvaardig.

Zondagochtend, eind januari, vroeg, de telefoon.  Hoelang ze nog had, geen idee, ik wist dat ze op ons zou wachten.  Ze had het nu al zo lang volgehouden.  Nog even oma, dan zijn we bij je. 
Al schrokkend at ik een ontbijtje om dan de auto in te springen en er voluit voor te gaan.  Ijzel op de baan, maar de weg vrij naar het rusthuis.  Alsof ze het wist, “ik stuur hen vóór de ochtendspits de baan op”.  Ik was net te laat, of nou ja wat je te laat noemt.  Klinkt het gek als ik zeg dat ze mij kende, en dat ze zo wist dat ik dat laatste beeld nooit meer uit mijn hoofd zou krijgen als ik er getuige van was geweest.  Ik ging de kamer binnen, haar hand nog warm, ik streelde hem tot ze haar warmte verloor.  Kort daarna voerden ze haar weg.  Terwijl de ochtendzon door haar raam straalde op onze familie kwam het besef, we waren haar kwijt.  Twee uur later stond ik terug thuis.  Het leek zo onreëel.
 

Is het bizar als ik aanvoel dat mijn rouwproces nu nog maar kan beginnen.  Soms voelt het alsof ik op ieder moment weer naar haar toe kan. 
Ik nam mijn afscheid, maar waarom duurt het afscheidsproces naar mijn idee niet lang genoeg.  Ik wil langer over haar praten, ik wou haar langer bezoeken in het mortuarium, ik wou langer bij haar zitten in dat kamertje daar ‘s morgens met mijn hand op de hare.  Wie bepaalt de regels?

Het was een prachtige ochtend, die zondagochtend 21 januari 2018.  Maar bovenal deed het me beseffen dat ik, hoe prachtig ook, moet genieten van ieder moment.  Want voor je het beseft is het voorbij, ja ook de mooie momenten ja.  Ik wil niemand ontmoedigen, maar even herinneren dat er ook een massa mooie momenten zijn die we dubbel zo intens mogen beleven, lijkt me helemaal niet zo gek.

Xxx     Sarah

Butterfly

Butterfly

“One day I’ll fly away”

Maybe, who knows.  Prachtig bezongen door Miss Randy Crawford.  Maar, alvorens ik helemaal overga tot de Engelse taal, heb ik het liever over vlinders.  De rode draad doorheen mijn leven.  Misschien wel bij meerdere mensen, als ik erover nadenk.  Iedereen zag er al wel eens eentje op exact het juiste moment.  Een tel van zwakte, sterke gevoelens of verdriet.  Dan fleuren ze je op, altijd, toch?  Hun dwarrelende, hak op tak fladderwijze.  Hun vleugeltjes die ze met de nodige snelheid floriant open en toeslaan.

Ik heb een favoriet ja, de blauwe, al zag ik er nooit één in het echt.  Er prijkt een mooie op de oude koekendoos van mijn oma, die doet tegenwoordig dienst als bewakingshoofd van mijn oplaadsnoeren.  Ik zie hem dus iedere dag, waar hij klaar lijkt om weg te vliegen.
Misschien houd ik er daarom zoveel van.

One day I’ll fly away.  Although I will always fly from dream to dream. 
One thing we don’t agree Miss Randy.  
Laat die vlinders dus maar komen, me meevoerend naar een volgend nieuwe beginnetje.

Xxx     Sarah

Tijger

Tijger

Ik zat ineens weer na te tekenen.  3 volle uren aan een stuk.  Hoe houdt een mens het vol, vraag je je af.
Ik heb zelf geen flauw idee.

Als kind had ik het ook.  Ik zette me voor een bestaande tekening, papier in de aanslag, tong uit de mond, schrap, potlood in de hand, gum langs de kant en ik begon.  Gewoon zo.  Uren later, perfectionisme op en top, was de tekening af.  En ik had een pareltje in mijn hand, ik was altijd fier.  Soms leek het onrealistisch te zien dat dit uit mij kwam.  Waaruit dan?  Talenten had ik niet echt, dacht ik.  En, ik verzon dat beeld toch niet.  Ik tekende na, dat was niet hetzelfde.  Heel erg slim kon je me niet noemen.

Ineens word ik aangestaard door twee ronde ogen.  Een tijger.  Oké, de kop is ietsje smaller dan de originele tekening me toont.  Die van mij lijkt best vrouwelijk.  Vanuit alle hoeken bekijk en vergelijk ik beide figuren.  Ze mag er best wezen ja.  Ik geef ze een plaatsje aan de muur.

Het bankje, dat nog in aantocht is, en die dus voor mijn lege muur komt krijgt alvast gezelschap.  Van m’n, ik noem het voorlopig ‘zwart wit Bengaalse huistijger’.

Xxx     Sarah

Ontbijtje

Ontbijtje

Het staat naast me, het lacht.  Terwijl ik bovenstaande foto neem, lonkt het me dichterbij.  ‘Eet me dan, eet me dan!’.  Ik beveel mijn buik nog even te wachten.  Gehoorzamen en mijn brein te volgen.

Als ik neerplof op het kussen van mijn ruwe zitbank, grijp ik de pot met yoghurt.  Honger, het enige woord wat in me opkomt.  Ik lepel de ingrediënten naarstig uit, niet bewust van hetgeen ik in m’n mond stop.  Maakt het me iets uit?  Ik vraag het me af terwijl ik eet.  Komaan Sarah geniet van die appel, die smeuïge witte sojayoghurt, degene die je heel bewust wisselde voor die heerlijke lactosevolle magere melkyoghurt.  Ik smaak geen verschil, om eerlijk te zijn.  Vroeger daarentegen deed het idee aan gemalen bonen me kokhalzen.

Vind ik het jammer, dat ik het niet proef.  Om eerlijk te zijn maakt het me ‘s morgens weinig uit.  Ik weet dat wat daar in dat groene potje vertoeft, gezond is.  Ik maak het zelf klaar, ik weet wat ik erin stop.  De kop groene thee ernaast zorgt voor de afvoer van mijn afvalstoffen, las ik eerder in meerdere boekjes.  Dat weten is voorlopig genoeg voor me.

Genieten is iets mooi, maar soms wil mijn lichaam gewoon gevoed worden.  Beetje oermens-achtig misschien.  Maar het raakt me niet.  Wat ik straks ga eten als middagmaal, ligt me nauwer aan het hart.  Ik twijfel, spaghetti bolognaise of toch maar dat gezonde rijstgerecht.
Op dat moment primeert voor me de smaak, de rest is minder van belang.
Het belangrijkste maal voor vandaag heb ik immers net naar binnen gespeeld.

Xxx     Sarah

Verhuis

Verhuis

Het voelt een beetje raar, toch ook goed.  Meubelen versleuren, bedoel ik .  Mijn krakkemiekige Ikea-bureau kijkt me aan vanop afstand.  ‘Gebruik me dan’, fluistert hij.  ‘Nog even wachten, werkpaard’, knipoog ik.

Hij krijgt een nieuwe plaats.  Tijd voor verandering.  Ik had het niet gepland, het gebeurde gewoon.  Mijn woonkamertapijt verhuisde naar de slaapkamer en ineens stond mijn bureau ook aan de trap.  Klaar om diezelfde reis naar boven te maken.
Terwijl ik dit typ, bezet ik een plekje aan de keukentafel.  Zicht op het open raam, daarachter een grote levendige spar en wat huizen.  Daken van huizen.  Het zonnetje piept nu en dan eens binnen, heerlijk vertoeven hier.
Aan mijn rechterkant is een stuk woonkamer verdwenen.  Een kleine, spiegelende kader vult de lege ruimte voor de muur.
Als ik dagdromen mag zie ik een houten bankje staan, een leuk wollig kleed er bovenop en een mintgroene poef ernaast.  Een wit-zwart tapijt fleurt de open vlakte tussen de denkbeeldige poef en mijn zitbank.

Mijn woonkamertapijt siert nu een plekje naast mijn bed.  Vlak ernaast, onder het dakraam huist ondertussen een warme open ruimte.  De houten vloer ligt ongeduldig te wachten op die bureau die nu nog ferm in mijn weg staat.  Niet dat hij er zich iets van aan trekt.  Meneer neemt rustig zijn plaats in op het verhoogde traphalletje, voorlopig, tussen boven en beneden.  Het wordt krap als ik met spullen voorbij moet.  Ik heb het er voor over.

Het krakkemiekige Ikea-bureautje geeft de stand van zaken weer.  Ik zweef tussen oud en nieuw.  Tussen boven en beneden, stilstaan en verandering.  Ik zit middenin een verhuis: fysiek, psychisch en materieel.  En ik voel: alles komt goed.

Xxx     Sarah